zondag 19 november 2017

Specht en zoon

SPECHT EN ZOON
Schrijver: Willen Jan Otten
Aantal Bladzijdes: 142

Beginsituatie
De hoofdpersoon is Felix Vincent, een portretschilder die best succesvol is, hij krijgt vaak opdrachten en levert zijn werk ook goed af. Felix is getrouwd met Lidewij en ze wonen samen in een groot vrijstaand huis.
Het perspectief ligt bij het doek dat Felix aan het begin van het boek koopt. Het doek noemt Felix niet bij naam, maar noemt hem 'Schepper', omdat Felix hem als schilderij gaat 'scheppen'. Over het uiterlijk van Felix en Lidewij is weinig bekend, hier praat het doek nauwelijks over.
Ontwikkeling
Het doek hangt in het begin op een rol, een rol Zeer Dicht Geweven Vier Maal Universeel Geprepareerd. Het is één van de duurste en beste doeksoorten op de markt, het doek is hier ook erg trots op. Hij is trots, maar toch voelt hij zich leeg en naakt, hij moet nog geschapen worden. Hij zit natuurlijk nog op een rol, hij is nog geen individu.
Felix Vincent komt de verfwinkel binnen en het doek merkt de besluitenloosheid van Felix op. Felix heeft lang staan te kijken bij de verschillende rollen, uiteindelijk koop hij een doek van twee bij honderd twintig Zeer Dicht Geweven Vier Maal Universeel Geprepareerd.
Hier krijgt ons perspectief dus 'vorm'. Hoewel het doek nu vorm heeft, toch lijdt het een passief leven. Het is vooral observeren wat het doet, observeren en vertellen. 
Het doek heeft voor een onbepaalde tijd in het atelier gestaan, zonder iets erop, zonder bestemming. Op een dag kwam daar dan meneer Specht, een steenrijke kunsthandelaar, hij had een opdracht voor 'Schepper'. Het was echter geen gewone opdracht merkte het doek want 'Schepper' twijfelde of hij de opdracht wel zou aannemen.
De kunsthandelaar wilde dat 'Schepper' iemand portretteerde die er niet meer was, Specht's zoon, Singer, die overleden is. 'Schepper' werkt normaal nooit naar de dood, en hij vindt het ook maar niks aan het begin. Toch neemt 'Schepper' de opdracht aan, mede door de aanbetaling van €50.000,- die Specht doet.
'Schepper' heeft eindelijk een bestemming voor het doek van twee bij honderd twintig, Singer komt op het doek. Het doek is geweldig blij dat hij zo'n grote opdracht mag vertegenwoordigen.
Specht laat veel filmpjes, dia's en foto's zien aan 'Schepper'. 'Schepper' schildert op het doek alsof de jongen nog leeft. Singer is echter naakt, en 'Schepper' heeft moeite met het laatste van het schilderij af te maken.
'Schepper' zit ergens mee, merkt het doek op. 'Schepper' is al heel lang bezig met het laatste deel van het portret van Singer. Het deel wat hij maar niet afmaakt zit bijna precies in het midden van het doek, zijn centrum zoals hij het noemt. Op die plek hoort Singer's penis te zitten, maar nu is het nog leeg. Maar dan doet 'Schepper' inspiratie op, op een speciale manier.
'Schepper' verteld wanneer hij het eindelijk af heeft gemaakt aan Lidewij waar hij aan dacht toen hij het 'dopje' van Singer maakte. 'Schepper' moest denken aan een jeugdvriend van hem, Tijn, die ooit zijn broek naar beneden trok en wilde dat Felix er naar keek. 'Schepper' beschrijft dat het niets meer was dan een dopje, verder niets. 'Schepper' raakt geëmotioneerd door het te vertellen, Lidewij denkt dat Tijn van Felix hield, 'Schepper' zegt dat dit goed mogelijk zou kunnen zijn.
Minke is Felix zijn maîtresse, ze is journalist en moet een interview doen met 'Schepper'. Op een avond, wanneer Lidewij in het ziekenhuis ligt omdat ze een kind verwacht, komt Minke op bezoek. Dit keer niet om een interview af te nemen.
Later die avond laat 'Schepper' haar het schilderij zien, wat hij eigenlijk niet mocht van Specht, hij had beloofd het aan geen levende ziel te laten zien. Toch liet hij het zien, en het doek voelde zich er niet goed bij. Minke vond het een mooi schilderij, maar toen ze hoorde voor wie het was schrok ze heel erg. Het doek wist nog niet waarom, maar daar zou het gauw genoeg achter komen.
Minke vertelde dat ze via via gehoord had dat Specht een pedofiel was, en dat Singer nooit vrijwillig bij Specht heeft gewoond. Singer was een slaaf, verteld Minke. 'Schepper' kreeg de schrik van zijn leven.
Op de volgende dagen is 'Schepper' erg in de knoop met zichzelf, hij zit veel stil in zijn stoel en denkt, hij denkt na over het schilderij. 'Schepper' voelt zich schuldig en 'vies', omdat hij zo'n mooi werk heeft gemaakt voor een viezerik, zoals hij het zegt. Opeens staat 'Schepper' op uit zijn stoel, maakt een foto van het schilderij, en loopt naar buiten. Het doek weet nog niet was hij met hem van plan is.
Het doek ziet dat 'Schepper' een vuurkorf aansteekt en er hout opgooit. Dan krijgt het doek iets door, 'Schepper' gaat hem verbranden. Even later is het doek helemaal weg.
Wat hier speciaal is, is dat het perspectief natuurlijk niet kan verdwijnen, het zou wel kunnen maar dan zou het boek een open einde hebben. Wat hier gebeurt vind ik mooi bedacht, het perspectief 'leeft' namelijk verder op de foto.
Specht ligt inmiddels in het ziekenhuis en was ook niet komen opdagen op de afhaaldatum van het schilderij. Toch komt hij op een dag weer langs, in een rolstoel, aan de beademing. Hij wil zijn schilderij graag komen ophalen. 'Schepper' vindt het moeilijk om Specht de 'waarheid' te vertellen, maar hij zegt Specht waar het op staat. Specht is verbaasd, maar niet boos. Hij vraagt waarom 'Schepper' die journaliste heeft geloofd en niet hem. Het is namelijk niet waar wat 'Schepper' gehoord heeft van Minke.
Specht legt alles uit, en nu voelt 'Schepper' zich schuldiger dan ooit. Hij laat Specht het foto zien. Specht vindt het heel mooi, en geeft 'Schepper' opnieuw een opdracht. Dezelfde opdracht, opnieuw.

Mijn mening:
Het is niet mijn favoriete boek maar wel een interessant en apart verhaal. Vooral het verhaalperspectief is een keer iets anders dan alle andere verhalen die ik heb gelezen. De titel word wel echt heel duidelijk in het verhaal. Wat mij betreft had het verhaal wel iets spannender gemogen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten