woensdag 4 januari 2017

De rode strik

De rode strik

Geschreven door Mensje van Keulen
Vijfde druk uit Februari 2010



Samenvatting:

Het verhaal begint in de inrichting Sint- Theresia, waarin Bee geplaatst is nadat ze in een shock is geraakt. Maria Talberg, haar zus, komt haar regelmatig opzoeken, en vertelt haar dingen die ze vroeger samen meegemaakt hebben. Bee reageert hier niet op, maar Maria blijft hopen dat ze ooit iets terug zal zeggen. Hier eindigt het verhaal ook. In de tussenliggende hoofdstukken wordt er verteld hoe Bee in deze inrichting terecht is gekomen. (blz. 9-16) 

Maria Talberg en Bee Talberg zijn zusjes. Maria is elf jaar en Bee is negen jaar oud. Ze zijn op jonge leeftijd al snel redelijk volwassen, omdat hun moeder Marie vaak weg is om te werken, en hun vader er niet is, want die is weggelopen toen Bee nog klein was. De twee meisjes zijn vaak buiten met de buurtkinderen, en spelen dan spelletjes of halen kattenkwaad uit. Ze wonen samen met hun moeder in een flat, en onder hen woont de familie Mees. Maria neemt Bee vaak op sleeptouw, maar vindt dit niet altijd even leuk. Bee staat er overal maar een beetje bij, en doet ook vaak voor spek en bonen mee met spelletjes. (blz. 17-39) 

Dan komt er ‘s avonds ineens bezoek. Maria vindt dit vreemd, want er komt nooit bezoek. Ze hoort een mannenstem, maar na een paar minuten gaat de man al weer weg. Nu komt de man steeds vaker ‘s avonds, altijd als Maria en Bee al in bed liggen. Ook staat er ineens een fles jenever in de kast, terwijl hun moeder nooit alcohol drinkt. (blz. 40- 63) 

Op een dag als Maria en Bee samen met de buurtkinderen een spelletje aan het spelen zijn op straat staat er een man met een bromfiets naar hen te kijken. Hij is groot en breed en draagt een zwartleren jas. Maria heeft deze man nog nooit gezien, maar denkt hem ergens van te kennen. Tijdens het spelen begint de man te lachen, en blijft staan kijken. Na een tijdje pakt hij zijn bromfiets en rijdt weg. Hier is Maria blij mee. (blz. 64-70) 

Met kerst blijft dezelfde man eten. Maria herkent hem meteen. Hun moeder stelt hem aan de meisjes voor als ‘oom Leen’. Hij is de neef van de vader van Maria en Bee, dus niet echt een oom, maar hij heet wel Talberg van zijn achternaam. Ze moeten van hem ‘Leen’ tegen hem zeggen. Maria weet al meteen dat ze hem niet mag. Hij komt nu steeds vaker op bezoek, en plaagt de meisjes vaak. Ook rookt hij veel, drinkt veel alcohol en praat plat; juist de dingen waar Marie, de moeder van de meisjes, niet van houdt. Leen vertelt dat hij in een dierenwinkel werkt, en Maria vindt dat hij een bepaald vies luchtje heeft wat naar het circus ruikt. Omdat de meisjes allebei een goed rapport hebben krijgen ze allebei een tientje van Leen. Hij doet z’n best om aardig over te komen, maar de meisjes vinden hem een indringer, en hij kan niets goed doen in hun ogen. Hij pikt hun moeder in vinden ze, en al gauw bedenken ze een naam voor hem; de Beestenman. (blz. 71- 102) 

Maria moet op een dag bij mère van Geuzau komen, zegt de juf haar. Ze gaat naar het klooster waar de mère van Geuzau zit. Die vertelt haar dat ze geschokt is. Normaal heeft Maria zoveel erekaarten behaald op school, maar nu hoorde ze van ouders van klasgenoten dat hun kinderen reinste schuttingtaal van Maria hebben overgenomen. Maria doet alsof ze niks weet, en krijgt een brief mee naar huis en is doodsbang. Haar moeder en de beestenman gaan naar het spreekuur op school, en besluiten dat Maria naar de middelbare school voor meisjes moet gaan. Hier is Maria niet blij mee. (103-114) 

Nu blijft de beestenman ook doordeweeks slapen, niet alleen in het weekend, en bemoeit zich steeds meer met hun zaken. Hij discrimineert, en maakt niks schoon in huis. Dan vinden Maria en Bee een muisje in de gangkast en willen hem als huisdier houden, want ze hebben zelf geen huisdier. Ze ruimen de keutels op en hun moeder en de beestenman merken er niks van. Op een dag ligt het muisje dood in een muizenval. De meisjes weten dat dit het werk is van de Beestenman. Ze krijgen nu een konijn omdat ze zo erg van dieren houden. Ze noemen hem Nino, en verzorgen hem goed. De Beestenman noemt Maria nu Bambi, omdat hij dat een mooie film vindt, en omdat hij de B een mooie letter vindt; Bambi, Bee, beestenman, Brigitte Bardot etc. (blz. 115-137) 

Maria en Bee moeten op een dag een uurtje in de dierenwinkel werken. De beestenman is er niet. Ze zien dat hij heel veel verschillende dieren verkoopt en ook wormen. Bee gruwelt hiervan. ’s Avonds in bed praten ze over hoe de beestenman dood moet gaan, want ze haten hem. Ze haten zijn lach, zijn tanden, zijn lucht, zijn grappen, zijn gepest, gewoon alles. (blz. 138-151) 

In de zomervakantie gaan ze met z’n vieren op vakantie naar het zuiden. Ze vinden het niet leuk om Nino bij de familie Mees achter te moeten laten. De beestenman drinkt veel alcohol en maakt veel flauwe grapjes. De meisjes verlangen al snel naar huis, en aan het eind van de vakantie dwingt de beestenman Maria om te gaan zwemmen, wat ze niet leuk vindt. (blz. 152-162) 

Nu ze weer thuis zijn is Maria steeds vaker bang dat de beestenman haar moeder wat aan zal doen, want ze hebben steeds vaker ruzie. In bed praten Maria en Bee over hoe ze de beestenman zullen gaan vermoorden, want dit willen ze nu. Ze bedenken verschillende manieren, maar zijn er nog niet helemaal uit. Ze zijn wel vastbesloten om dit te doen. (blz. 163-167) 

Opeens is er iets mis met hun moeder. Ze bloedt en moet naar het ziekenhuis. De meisjes geven de schuld aan de beestenman. Achteraf bleek dat ze een miskraam heeft gehad. Ze willen voorkomen dat de beestenman weer een kindje gaat maken bij hun moeder, dus nu willen ze hem nog liever vermoorden. De beestenman moet, nu hun moeder in het ziekenhuis ligt, voor de kinderen zorgen. Hij pest ze en gaat steeds verder. Uiteindelijk dreigt hij Nino het konijn te vermoorden. Maria denkt dat hij het meent en pakt een koekenpan van het fornuis en slaat erop los. De beestenman valt neer, en ze denkt dat hij dood is. Bee vraagt nog een keer of hij echt dood is en Maria weet dit zeker. Ze gooien hem de trap af, en wissen alle bloedsporen uit zodat het lijkt alsof het een ongeluk is. Maria is zijn dood al aan het vieren wanneer ze plotseling een gil hoort. Het is Bee die voor het trapgat staat te gillen. De beestenman is de trap op geklommen. Maria schopt tegen zijn hoofd aan en blijft schoppen totdat hij dood is. Bee raakt in een shock, maar Maria blijft kalm en doet alsof het een ongeluk was, dat de beestenman van de trap is gevallen toen hij dronken was. Zo zal ze het ook aan de politie vertellen.(blz. 164- 195) 

Het verhaal eindigt als Maria weer bij Bee op bezoek is in de inrichting waar Bee nu zit. Ze reageert op niks. De dokter vraagt Maria hoe het komt dat Bee in een shock is geraakt. Ze vertelt een leugen en het lijkt of de dokter het gelooft. Maria heeft Nino meegenomen naar Bee. Ze pakt Bee’s hand en aait daarmee. Maar Maria aait nu niet, maar het was Bee die zelf aait tot grote verbazing van Maria. (blz. 196- 205)
(Samenvatting van http://www.scholieren.com/boekverslag/42706 )

Mijn Mening: Ik vond het een mooi boek om te lezen. Het verhaal was ook mee mijn genre waardoor het lezen ook een stuk leuker wordt. Het lezen ging ook heel snel ( Zie argument 3 ) en dat was ook wel prettig. Als je bijvoorbeeld een paar minuten moet wachten voor een afspraak dan kun je heel gemakkelijk een stukje lezen uit het boek. Hierdoor is het ook een stuk leuker. 

Argument 1: Het boek begint bij het einde en eindigt dus weer bij het begin. Dit is heel interessant omdat er dus veel onbeantwoorde vragen komen bij het lezen van het eerste hoofdstuk. Deze vragen worden natuurlijk in de volgende hoofdstukken beantwoord, dit leid wel tot het verder lezen van het boek na het eerste hoofdstuk omdat de lezer natuurlijk graag antwoord wil op zijn vragen. 

" Zuster,' zei ik, ' kan ik niet vaker komen? " ( Pagina 14 )
' Bestaat er geen afdeling voor meisjes? Hier is iedereen zo oud.' ( Pagina 14 )
" Donker,' zei ik,' ik zou graag vaker op bezoek willen bij mijn zusje." ( Pagina 171 )

Argument 2 : Het verhaal neemt op een gegeven moment een wending wanneer de zusjes Bee en Maria een moordplan maken voor 'de beestenman'. Er waren van te voren wel tekenen dat ze hem niet mochten maar dat ze hem zouden gaan vermoorden zag volgens mij niemand aankomen. Deze onverwachte wending is heel leuk om het spannend te maken. Als dit al ver van te voren bekend was was het op het moment zelf niet spannend meer. 

"Hij maakt haar ziek,' zie ik tegen Bee, ' Hij moet weg." ( Pagina 142 )
"Nee. Laten we hem dus maar vermoorden." (Pagina 142 )

Argument 3 : De hoofdstukken zijn heel kort waardoor je er gemakkelijk doorheen leest. Een hoofdstuk staat niet heel duidelijk aan gegeven maar wel met een dik gedrukte letter als begin. 1 hoofdstuk is ongeveer 4 bladzijdes. Omdat ze zo kort zijn lees je het boek sneller uit wat je kunt in een paar minuten even een hoofdstukje lezen.

'De Jongens vertelden de moppen.' ( Pagina 20 ( Hoofdstuk 4 ))

'Midden op de dag was er een harde knal.' (Pagina 24 ( Hoofdstuk 5 ))